Het weer deze maanden verwent ons niet. Buiten het raam regent en vriest het. Gedurende deze tijd is het de moeite waard om in het bijzonder aandacht te besteden aan gezondheid en immuniteit. In deze uitgave reizen we naar Oost-Europa, waar deze bijzondere plant heel populair is en van generatie op generatie gebruikt wordt om verkoudheid en griep te voorkomen.
Een kleine, oranjekleurige fruitsoort met een zure smaak en tegelijkertijd een vitaminebom: we hebben het over de duindoorn. De Latijnse naam van het soort is ontstaan door het combineren van de Griekse woorden hippos (paard) en phao (schitter) omdat in het oude Griekenland duindoornbessen aan paarden werden gevoerd om ze een glanzende vacht te geven.
De duindoorn wordt vanwege zijn uitzonderlijke gezondheids- en voedingseigenschappen zowel in de keuken als in cosmetica gebruikt. ‘Het goud van Siberië’- zoals de Russen het noemen – bevat meer dan 190 bioactieve stoffen die een positief effect hebben op de gezondheid.
Duindoornbessen, bladeren en olie uit het vruchtvlees of duindoornzaden worden gebruikt voor genezing en verzorging.
Eigenschappen
De duindoorn is een schatkamer van vitamine B, C, F, P, PP, E en provitamine A in de vorm van carotenoïden. Het is ook rijk aan tannine, minerale zouten, fosfolipiden, organische zuren en fenolische verbindingen, waaronder flavonoïden en aminozuren. Om die reden wordt duindoorn aanbevolen bij alle aandoeningen die worden veroorzaakt door vitamine C-tekort. Opgemerkt moet worden dat vitamine C in duindoornbessen zeer duurzaam is, omdat het tijdens verwerking (bijvoorbeeld tijdens conserveren) en opslag nauwelijks ontleedt. Dit komt door het ontbreken van een enzym dat ascorbinezuur in duindoorn afbreekt.